Jarenlang was het vanzelfsprekend.
Een cliënt koos zijn of haar eigen zorgverlener. De rekening ging naar de zorgverzekeraar, die – afhankelijk van de polis – 60 tot 70 procent van het tarief vergoedde. Niet ideaal, maar het werkte. Cliënten hielden de regie over hun zorg en zelfstandige zorgverleners konden ondernemen op basis van kwaliteit, persoonlijke aandacht en vertrouwen.
Die tijd loopt ten einde.
Steeds meer zorgverzekeraars beperken de vergoeding van ongecontracteerde zorg. De vrije keuze verdwijnt stap voor stap. Niet omdat de kwaliteit van zelfstandige zorgverleners tekortschiet, maar omdat verzekeraars de zorg steeds meer willen concentreren bij een beperkt aantal gecontracteerde aanbieders.
De gevolgen zijn groot.
Niet alleen voor cliënten die hun vertrouwde zorgverlener verliezen, maar ook voor duizenden zelfstandige zorgprofessionals die jarenlang een eigen praktijk hebben opgebouwd. Ondernemers die hebben geïnvesteerd in kwaliteit, scholing, innovatie en persoonlijke zorg dreigen buiten spel te worden gezet. Niet vanwege hun vakmanschap, maar omdat zij geen contract hebben met de zorgverzekeraar.
Laten we eerlijk zijn: voor een individuele zorgverlener is het vrijwel onmogelijk om zelfstandig een contract met een landelijke zorgverzekeraar te sluiten. Verzekeraars vragen om voldoende zorgvolume, aantoonbare kwaliteit, continuïteit, innovatie en organisatorische slagkracht. Dat zijn begrijpelijke eisen, maar voor de individuele ondernemer nauwelijks alleen te realiseren.
Dat vraagt om een andere manier van organiseren.
Niet ieder voor zich, maar samen.
Precies daarom is Zorg&Co opgericht: een coöperatie van zelfstandige zorgondernemers die hun ondernemerschap willen behouden én tegelijkertijd toegang willen houden tot de verzekerde zorg.
Belangrijk daarbij is dat Zorg&Co geen bemiddelingsbureau is en ook geen werkgever. De coöperatie is eigendom van haar leden. Dat betekent dat de contracten die worden gesloten, de innovaties die worden ontwikkeld en de resultaten die worden behaald ten goede komen aan de aangesloten zorgondernemers. Niet aan aandeelhouders, maar aan de professionals die iedere dag de zorg verlenen.
Door samen op te trekken ontstaat een organisatie die wél kan voldoen aan de voorwaarden die zorgverzekeraars stellen. Voldoende zorgvolume, aantoonbare kwaliteit, vernieuwende pilots, samenwerking in de regio en een professionele organisatie. Zonder dat de zelfstandige zijn of haar ondernemerschap hoeft op te geven.
Sterker nog: juist zelfstandige zorgverleners laten iedere dag zien dat hoogwaardige zorg en doelmatigheid uitstekend samengaan. Korte lijnen, weinig overhead, vaste gezichten voor cliënten en maximale professionele betrokkenheid. Dat is precies de zorg waar Nederland de komende jaren meer behoefte aan krijgt.
Maar goede zorg alleen is niet meer voldoende. We zullen ook gezamenlijk moeten aantonen dat we maatschappelijke waarde toevoegen. Dat betekent investeren in kwaliteit, gegevens verzamelen, innovatieve werkwijzen ontwikkelen en samen voldoende zorgvolume vertegenwoordigen. Alleen dan kunnen we als coöperatie structurele contracten afsluiten met zorgverzekeraars.
De komende jaren bepalen hoe de wijkverpleging eruit gaat zien. Afwachten is geen strategie. Samenwerken wel.
Ik geloof niet dat de toekomst ligt in steeds grotere organisaties waarin zorgverleners een nummer worden. Ik geloof in ondernemerschap, professionele autonomie en kleinschalige zorg, georganiseerd vanuit samenwerking in plaats van schaalvergroting.
Coöperatief ondernemen is daarbij geen noodgreep, maar een krachtig alternatief. Zelfstandig waar het kan, gezamenlijk waar het moet.
Zo behouden zorgverleners hun ondernemerschap. Zo behouden cliënten hun vertrouwde zorgverlener. En zo ontstaat een gesprek met zorgverzekeraars dat niet alleen gaat over kosten, maar vooral over kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid.
Want uiteindelijk zou niet de polis moeten bepalen wie de zorg verleent, maar de cliënt zelf.